
Herinningen voor de sluier van vergetelheid
Als kind voelde ik al dat ik in twee werelden leefde: één in het hier en nu, en één die verborgen bleef, slechts zichtbaar voor mij. Mijn jeugd was gevuld met momenten waarin het onzichtbare zich heel even toonde – een fluistering van een herinnering, een schaduw van een ander leven die door de werkelijkheid heen leek te schemeren. Je kunt je voorstellen hoe verwarrend dat was voor een kind, soms zelfs beangstigend. Maar het was ook betoverend, als een geheim dat alleen ik mocht ervaren.
Aanvankelijk had ik niet door dat ik anders was. Pas later realiseerde ik me dat ik een kijkje mocht nemen in een ongeziene wereld vol kleuren. Als je altijd op die manier kijkt, ga je er vanzelfsprekend vanuit dat iedereen dat kan. Maar rond mijn zesde of zevende besefte ik dat ik hier toch anders in was. Anderen reageerden verrast op onverwachte gebeurtenissen, terwijl ik vaak aanvoelde wat eraan kwam. Zou ik dan de enige zijn die dit ziet? vroeg ik me af.
Zolang ik me kan herinneren, draag ik beelden bij me van plaatsen uit de oudheid. Ik zie mezelf in oude klaslokalen, met een man voor de klas die een hoge hoed draagt, sierlijk schrijvend op een bord met krijt in een onbekende taal. Ook herinner ik me een leven in Engeland, waar ik in een klein schilderachtig huisje woonde met kippen in de tuin. Ik leefde daar in een stille eenvoud, alleen, verborgen van de grote wereld en zelfvoorzienend.
Als kind vervulde dit me met ontzag, maar ook met een stille eenzaamheid. Ik wist dat mijn ouders deze beelden niet konden zien zoals ik ze zag; zij konden de geur van krijt en de stem van de leraar niet ervaren zoals ik dat deed. Wanneer ik probeerde te vertellen over deze herinneringen, Ze keken me aan met een mengeling van verbazing en moesten lachen om mijn wilde fantasieën. Het voelde alsof ik een andere realiteit bewoonde, een die alleen ik kende.
Deze herinneringen waren als oude, verweerde mozaïeksteentjes in mijn kinderziel, fragmenten van iets veel groters en mysterieus. Elk stukje droeg een diepe betekenis in zich, alsof het deel uitmaakte van een verhaal dat zich ooit had afgespeeld en dat ik niet helemaal kon vastpakken. Ze vulden me soms met heimwee, alsof ik iets uit dat verleden miste. Ik vroeg me vaak af: kan ik daar terug naartoe? Had ik daar nog iets onafgemaakt? Die vragen bleven lang in mijn hoofd ronddwalen, en soms vroeg ik me ook af waarom anderen dit niet hadden. Door jaren van zelfonderzoek begrijp ik nu dat het niet gebruikelijk is om vorige levens nog zo levendig in je bewustzijn te dragen, maar ik weet gelukkig dat ik niet de enige ben.
Je kunt je voorstellen hoe het was om dit alles met me mee te dragen: een oude ziel in een jong lichaam, omringd door mensen die mijn verhalen niet begrepen. Het gaf me een gevoel van eenzaamheid, van een onzichtbare last die ik alleen droeg. Maar ik zie nu dat dit mijn levenspad was. Deze inzichten dienden als mijn gids, een soort innerlijk kompas dat me langzaam maar zeker richting mijn huidige werk als medium stuurde.
In mijn jeugd leerde ik hoe ik die twee werelden in balans kon houden. Ik leerde luisteren naar wat niet werd gezegd, voelen wat anderen niet voelden, en betekenis vinden in de symbolen die de wereld om me heen me aanreikte. Nu, jaren later, begrijp ik beter wat deze herinneringen me wilden vertellen. Ze herinnerden me eraan dat de realiteit veel groter is dan wat we kunnen zien, en dat onze intuïtie een brug kan slaan tussen het zichtbare en het onzichtbare.
Misschien lees je dit en herinner je je een moment waarop je iets voelde dat je niet kon verklaren, of een beeld zag dat niet uit dit leven leek te komen. Misschien herinnert het je aan een droom die te helder was om zomaar te vergeten. Ook al lijken zulke ervaringen ongrijpbaar, ze hebben betekenis. Ze zijn een uitnodiging, een fluistering van iets wat verder reikt dan het hier en nu.
In die zin is mijn jeugd mijn grootste leraar geweest. Hier heb ik geleerde, zelfs als je je anders voelt of als een buitenstaander, er een reden is voor die ervaringen. Zoon jeugd helpt ons om ons pad te vinden en om onze unieke gaven te omarmen. Nu weet ik dat ik deze gaven mag delen, als een herinnering aan anderen dat er zoveel meer te ontdekken valt – als je maar durft te kijken.


